Continuing the Blagger's recent holiday-reading trend in posting cold tales for hot days, here's one especially for the Dutch (reading) followers of this blog. This heartless bit of brutality is entitled "Jammer dan" which translates roughly as "Pity", but pity without a trace of sincerity. A black mood most of us may be familiar with in one way or another. Enjoy!
Jammer dan
Hemeltje lief, dacht Jolanda. Die man is dood. Aarzelend stond ze op de stoep van de Trompsingel, te bang om het lichaam van dichterbij te bekijken. Het lag diep weggestopt in een donkere hoek van De Oosterpoort – de dichtst bijzijnde lantaarnpaal was stuk – en Jolanda kon slechts een paar dunnen benen zien.
Zouden die beentjes gaan bewegen en het bewijs geven dat de man nog levend was? Jolanda bleef even staan, hopend op beweging. Niets. Ze wachtte een poos langer. Helemaal niets.
Jammer dan. Het was te koud om nog langer stil te staan. Zij knoopte haar jas dicht en stak de Trompsingel over richting haar fiets. Niets aan te doen, dacht ze toen ze het slot van haar fiets open maakte. ’t Zal een zuiplap of een junk zijn geweest. Nu moet ik mij haasten. Het Noord-Groninger Orchest was leuk, maar ik wil echt niet mijn lievingsprogramma op de radio missen. Mijn hemel, wat een idee! Naar bed gaan zonder Candlelight!
‘Fuk!’ zei Bram tegen het stil-liggende lichaam vanuit het donkerste plek van de hoek. ‘Die fukking trut is weg. Ze durft onze kant niet op, die tering kut. Maar nee, Lennie!’ ging Bram door, ‘blijf liggen, jij domme lullo. Een andere voorbijganger komt zo meteen langs. Dat beloof ik je. Wacht nog even, wij hebben nog sjans.’
Bram bibberde, deels van de spanning, deels van de koud. Al dertig minuten hingen ze rond het Oosterpoortgebouw, wachtend op de vertrekkende concertgangers. Als zij geluk hadden, zou een voorbijganger stoppen voor Lennie. Dan zou Bram aanvallen. Hij voelde een lach om zijn schrale lippen. Bijna kon hij proeven hoe zoet het zou zijn om voorzichtig zijn hand in de zak van de prooi te steken en een vette geldpot zou inpikken. Liever een straatdief dan degene zijn die koud op straat moest liggen. Jammer dan, voor Lennie. Vanavond was het geen lol om lijk te zijn.
Anne-Wil trok de deur van de artiesten ingang achter haar dicht, hief haar ingepakte viool hoger op haar rug en stapte snel de hoek van De Oosterpoort om. Waarom maak ik me zoveel zorgen over jou, shit ding, vroeg zij aan haar viool. Jij brengt mij geen geluk. En wat een catastrofe was het weer vanavond. Valse noten, rot techniek en weer een gesprongen G-snaar tijdens het allegro. Iemand zou denken dat ik enkele maanden speel in plaats van mijn leven lang. Durf ik me een beroepsmuzikant te noemen? Tweederangs stront ben ik, erger dan André Rieu!
Plots stopte Anne-Wil haar tirade. Iemand lag voor haar op de grond. ‘Wat krijgen we nou?’ riep ze, automatisch woedend om haar angst af te dekken. ‘Hoi daar, luilak! Ben jij soms één van de duffe toeschouwers van vanavond? Dan luister, meneer muziekliefhebber, jij mag eindelijk goed wakker worden. Opstaan en weg wezen, jij! Het concert is voorbij!’
De woeste Anne-Wil gaf Lennie’s been een gemene schop. Toen liep zij weg voordat Bram haar kon pakken. Lennie gaf een gil en sprong rechtop. Bram deelde hem een klap uit, zei ‘Kom op, lullo,’ en trok de trillende Lennie achter hem aan naar huis.
Ondertussen stapte Anne-Wil het fietspad op. Daar kwam zij brutaal in botsing met de haastige Jolanda. Die viel van de schrik van haar fiets en brak haar linker been.
Tóch geen Candlelight vanavond.
Jammer dan.
0 COMMENTS:
Post a Comment